Voorkomen is beter dan genezen (2): Efficiënt feedback geven door verwachtingen te verhelderen

Eind zestiende eeuw schreef Desiderius Erasmus het al: voorkomen is beter dan genezen. Preventie, het is een credo dat in de gezondheidszorg al decennia geldt en je ziet het in steeds meer vakgebieden terugkomen. Tijd en moeite steken aan de voorkant om onnodige problemen te voorkomen loont, zeker ook in het onderwijs. In een eerdere blog beschreef ik hoe je met een overzichtelijk curriculum veel problemen kunt voorkomen.  In deze tweede zal ik aan de hand van een aantal voorbeelden laten zien hoe je efficiënter feedback kunt geven door verwachtingen aan de voorkant te verhelderen.

Afgelopen jaar heb ik geregeld trainingen mogen geven over formatief handelen en het geven van feedback. Daarvoor heb ik dankbaar gebruik gemaakt van het werk van Naomi Winstone en Dylan William en de fouten die ik zelf als docent veelvuldig heb gemaakt in het geven van feedback (en die ik overigens nog steeds maak, want feedback geef je niet alleen als docent en gedrag is nu eenmaal lastig te veranderen).

Mijn eigen fouten zijn vaak te wijten aan dat ik te snel door wil en vergeet te checken of ik wel word begrepen. Misschien dat dat deels wel besloten ligt in wat in de onderwijspsychologie wordt aangeduid als de vloek van kennis. Als je ergens veel van afweet, is het verdraaid lastig om je te verplaatsen in iemand die niet over dezelfde kennis beschikt.
Om een voorbeeld te geven: ik heb jarenlang afstudeeronderzoeken begeleid in het hoger onderwijs. Studenten werkten dan aan leerdoelen zoals het begrijpelijk rapporteren van door hen uitgevoerd praktijkgericht onderzoek. Daar hoorden dan criteria bij zoals ‘een heldere structuur in de inleiding van het stuk’ of iets dergelijks. In de eerste les wees ik studenten op het overkoepelende doel en de criteria in het beoordelingsformulier. Daarmee ging ik ervan uit dat iedereen begreep wat de bedoeling was, want dat was wat mij betreft zo klaar als een klontje. Bij een eerste tussenproduct zag ik inleidingen die van hot naar her schoten. Omdat ik eerder had geleerd niet al het werk van studenten over te nemen (feedback moet meer werk zijn voor de ontvanger dan de gever) volstond ik met een opmerking in de zijlijn als ‘breng structuur aan in de inleiding’ eventueel gevolgd door ‘zie beoordelingsformulier’. Aanvankelijk was ik trots op deze feedback. Lekker beknopt, in een actie, student aan het werk. Maar vaak zag ik vervolgens weinig van deze feedback verwerkt in een volgende versie. Later in een gesprek met Dominique Sluijsmans verklaarde zij mij hoe dat kon komen: “Winifred, als studenten hadden begrepen wat jij bedoelde met een heldere structuur in de inleiding dan hadden ze dat de eerste keer toch ook wel goed gedaan?”. Confronterend en raak…
Ik heb niet gecheckt wat studenten een heldere structuur in een inleiding vonden en dat had ik op een vrij simpele manier kunnen doen. Ik had ze in de eerste les verschillende inleidingen kunnen laten zien en hen kunnen vragen van welke inleiding ze de structuur goed vonden, wat er beter had gekund en waarom. Op basis daarvan hadden we gezamenlijk vast kunnen stellen waar een goede inleiding aan dient te voldoen. Dat had studenten en mij gedurende het traject een hoop tijd en frustratie gescheeld.  Het verhelderen van verwachtingen is dus meer dan alleen vertellen wat je verwacht, je moet ook daadwerkelijk checken of de verwachtingen zijn verhelderd!

Misschien herken je voorgaande wel. Dat je veel tijd stopt in het geven van feedback op verslagen van studenten en dat ze daar vervolgens nauwelijks iets mee lijken te doen. Of dat je jezelf in je lessen (of thuis tegen je kinderen) hoort herhalen en je je afvraagt ‘hoe vaak moet ik dit nog zeggen?’.  Of wanneer je begint met nakijken je direct al ziet dat studenten zich niet aan de richtlijnen voor het indienen van een verslag hebben gehouden. Er stond toch duidelijk in het beoordelingsformulier dat ze moesten refereren volgens deze richtlijn? Of dat een collega iets uitwerkt en met heel iets anders op de proppen komt dan jij voor ogen had. Hoe kan dat toch?

Of beter gezegd, hoe zou ik het kunnen voorkomen?

Naast vooraf controleren of verwachtingen overeenkomen kan je een deel voorkomen door vooraf goed na te denken over wanneer en waarop je feedback wil geven én op welke manier je dat wil doen. Zo heeft Naomi Winstone de prachtige metafoor feedback graveyard in het leven geroepen (op z’n Nederlands het feedback-kerkhof, dit wordt in een aanbevelenswaardige podcast van Rene Kneyber en Valentina David mooi toegelicht). Met deze metafoor wil ze duidelijk maken dat wanneer de noodzaak om feedback te verwerken bij de student ontbreekt de gegeven feedback simpelweg niet gebruikt zal worden (lees: op een kerkhof zal belanden). Steek je energie daarom niet in het geven van uitvoerige feedback bij een opdracht vlak voor de zomervakantie, zonde van tijd en energie, want dan gaat de student die feedback op dat moment sowieso niet verwerken. Die tijd en energie hadden veel beter eerder in het proces besteed kunnen worden, zodat studenten de feedback nog in een volgend product hadden kunnen verwerken.
Verder is er de laatste jaren in het onderwijs steeds meer aandacht voor feedbackgeletterdheid. Leer studenten hoe ze gericht feedback kunnen vragen en verwerken. Als je hen dit leert (hen feedbackgeletterd maakt) versterkt dat hun zelfstandigheid, maakt het hen bewust van wat ze goed doen en waar ze wat te leren hebben, en vragen ze uiteindelijk gerichtere (en dus efficiëntere) feedback aan medestudenten en de docent.  Ook hier loont het de moeite door aan het begin van een opleiding studenten duidelijk te maken wat je van hen verwacht. In dit geval niet van het eindproduct, maar wat je van hen verwacht in het feedbackproces en wat zij van elkaar en van jou kunnen verwachten.

Het verhelderen van verwachtingen. Het klinkt zo simpel, maar heb er echt aandacht voor. Het is meer dan alleen het delen van leerdoelen in een handleiding of op een powerpoint. Check dus vooral ook of je wordt begrepen door studenten een actieve rol te geven en te werken met voorbeelden. Als je meer energie steekt aan de voorkant scheelt dat je uiteindelijk tijd.

Preventie, misschien geen rocket science, niet sexy en een hoop open deuren, maar oh zo nuttig!

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

      et|icon_calendar|

      28 september, 2021

      fas|fa-user-alt|

      door Winifred